Het Kempische Heideschaap

In de Kempen ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een type schaap dat goed stand hield onder de vaak barre levensomstandigheden op de heide. Het resulteerde in een gemakkelijk schaap, dat veelal zelfstandig aflammert en over goede moedereigenschappen beschikt. De dieren zijn in staat om gedurende langere tijd in relatief moeilijk terrein te verblijven en te lopen. Dankzij hun sterke kudde-instinct laten ze zich in het veld bovendien goed hoeden en sturen. Het is geschikt voor het beheer van heideachtige vegetaties en schrale graslanden.


Het Kempisch heideschaap is een in vele opzichten duurzaam schaap. Het redt zich nog altijd uitstekend op een schraal dieet van heide, hard gras en onkruid dat na de graanoogst overblijft op de akkers. Waar dit schaap graast, verdwijnen houtige gewassen zoals berk, els en lijsterbes. Zelfs brandnetels en akkerdistels moeten eraan geloven. Deze eigenschappen maken van het Kempische heideschaap ook in de 21e eeuw een bruikbare beheerder van de zeldzaam geworden heideflora- en fauna in diverse begrazingsgebieden.


Op de diverse heidevelden is begrazing is een kwestie van maatwerk, blijkt uit onderzoek.  Begrazing door schapen heeft bewezen positieve effecten op de fauna. Een rustige kudde is heel goed in staat tot wat de onderzoekers noemen ´slimme begrazing´. Het Kempisch heideschaap leent zich hier bij uitstek voor vanwege zijn voorkeur voor schrale grassen en  "onkruid" zoals distels, bereklauw, zuring en brandnetels.

Een Kempisch Heideschaap is middelgroot. Met dat formaat behoort het tot de grote heideschapen rassen, al is het kleiner en minder zwaar dan het Veluwse Schaap. Vanwege de goede vleeskwaliteit is het Kempisch Heideschaap van oudsher bekend en gezocht als exclusief vleesschaap. Vanwege het diverse en kruidige aanbod aan ruwvoer is de smaak en kwaliteit van het vlees van Kempische schapen en lammeren zeer bijzonder te noemen.